Nieuws uit de klas

Beste ouders,

Info avond

Wat fijn dat juf Miranda en ik zoveel ouders heb mogen ontmoeten. De kinderen straalden vanmorgen toen de briefjes voorgelezen werden. Voor de ouders die er gisteren niet bij waren en toch op de hoogte willen blijven van hetgeen er gisteren is verteld … ik heb de PP presentatie afgedrukt en deze kan in de klas opgehaald worden.

VEILIG LEREN LEZEN

Wat al geweest is

De afgelopen twee weken heeft uw kind de letters i, k, m, s geleerd. Ook is nagegaan welke letters uw kind eventueel nog meer kent, zodat het daarmee ook kan oefenen. Alle kinderen hebben in kern start gewerkt met hetzelfde werkboekje. Vanaf kern 1 werken de meeste kinderen met een werkboekje maan. Dit zijn de boekjes voor de kinderen die het komende halfjaar alle letters zullen leren. De kinderen die alle letters al kennen, vlot woordjes kunnen lezen en goed zelfstandig kunnen werken, krijgen een werkboekje zon en ook een eigen leesboekje zon of voor nu extra uitdaging.

Thema kern 1: Beestenboel

In de vorige kern leerden we opa, Kim en Sim al kennen. Opa heeft een verzinselspet. Als hij die op heeft, kan hij prachtige verhalen vertellen. Dit keer vertelt hij over Trien en Troela, die in de supermarkt eitjes willen kopen. Maar de supermarkt is gesloten. In hun zoektocht naar een ei komen ze onder andere in de dierentuin en een dierenwinkel en eindigen ze in de kippenren. In het verhaal komen allerlei dieren voor. Het thema is: ‘Beestenboel’. De kinderen leren onder andere de betekenis van verschillende dierennamen (de schildpad, de giraf, het nijlpaard) en van werkwoorden die bij dieren horen (sluipen, krijsen, kronkelen, draven).

Letters en woorden lezen in kern 1

In kern 1 leren de kinderen de letters p, aa, r, e, v. Met deze letters en de letters van de vorige kern kunnen ze nu al zinnen en korte tekstjes lezen. Ze oefenen dit dagelijks met het boekje Veilig & vlot. Op de meeste pagina’s staan woorden en/of zinnen met woorden die bestaan uit een (medeklinker)-klinker-(medeklinker), zoals ‘raap’, ‘rem’ en ‘kip’, maar ook ‘aap’ en ‘er’. Op de pagina’s die we ‘snuffelpagina’s’ noemen, komen echter ook woordjes voor met twee medeklinkers achter elkaar zoals ‘spaar’ en ‘paars’. Kinderen die dat willen, mogen alvast aan dit soort woordjes ‘snuffelen’ en ze proberen te lezen. Ze hoeven deze woordjes nog niet foutloos en vlot te kunnen lezen of spellen. We oefenen ook op de magnetische letterdoos met het leggen van lettertjes en woordjes.

Elke kern een werkboekje

Uw kind krijgt bij elke kern een nieuw werkboekje. Als een kern is afgelopen, mag het werkboekje mee naar huis. U heeft misschien al gezien dat het werkboekje bij kern start volledig in kleur was, passend bij de feestelijke start van het schooljaar. Vanaf kern 1 hebben de werkboekjes (naast zwart en wit) alleen de kleur van de kern. Dit geeft de oefeningen een rustige uitstraling.

Tip ‘hoe help ik mijn kind met lezen’

Op school lukt het niet zo met vlot leren lezen. Juf of meester heeft gevraagd om thuis met je kind te lezen. Hoe kan je er voor zorgen dat deze thuisoefeningen plezierig blijven verlopen? Lees de tips en suggesties.

Frustraties vermijden • Zorg er voor dat samen lezen geen opgave wordt. Doe het iedere dag op een vast tijdstip en niet meer dan een kwartiertje per keer. Zo weet je kind precies waar het aan toe is. • Probeer gevoelens van onmacht te vermijden. Nadrukkelijk wijzen op fouten en aansporingen om beter je best te doen werken vaak averechts. Liever helpen als het niet meteen lukt, dan je kind laten ploeteren om er zelf achter te komen wat er staat. • Houd contact met juf of meester. Vraag om oefenstof die eerst op school behandeld is, zodat je kind herhaalt wat op school al is aangeboden. Dat bevordert het gevoel bij het kind dat je samen, school en thuis, werkt om het beter te laten lezen. Laat je kind daarnaast zelf een leesboek èn een voorleesboek uit de bieb kiezen.

Leesplezier Geniet vooral samen van het leesboek. Praat over de titel en illustraties en stel vooraf vragen zoals: ‘Wat zou er gebeuren?’ Na afloop van het lezen werkt het stimulerend om ‘stiekem’ verder te kijken naar de titel van het volgende hoofdstuk of de illustraties van de volgende pagina’s.

Zoemend lezen Zoemend lezen is een belangrijke leesstrategie om tot correct en vlot lezen te komen. Door het lezen met verlengde klankwaarde wordt het leesproces niet onderbroken, bijvoorbeeld rrraaaam, dit in tegenstelling tot het spellend lezen r/aa/m raam. Als een kind moeite heeft om een woord te lezen, helpt u het kind door de eerste klanken van het woord zoemend te lezen zodat uw kind dit over kan nemen. Het zoemend lezen is een voorbeeldstrategie die het kind hoort van de leerkracht en van u als ouder. Dit wil niet zeggen dat ieder kind het zoemend lezen direct kan overnemen. Ieder kind doorloopt zijn of haar eigen proces. Als uw kind nog (deels) spellend leest is het van belang om dat niet af te keuren omdat dit funest kan zijn voor het zelfvertrouwen en de leesmotivatie. Wel is het goed dat uw kind het zoemend lezen als voorbeeld hoort. Bij woorden die starten met een ploffer (k, p, t, b, d) en de letter h is de instructie: zet de mond goed voor de eerste klank en zoem de tweede klank er direct achteraan. Bijv: baaaas. Door tegelijkertijd met de vinger van links naar rechts de letters van het woord in een vloeiende beweging aan te wijzen ondersteunt u het zoemend lezen.

Voor – koor – zelf Een goede manier om te helpen is volgens een vast, herkenbaar schema. Voor – koor – zelf is een beproefde manier die ook op veel scholen wordt toegepast. Lees niet te veel ineens maar ook niet te weinig omdat het kind dan kan leunen op het geheugen in plaats van echt te lezen. Houd telkens 10 tot 15 woorden (bij woordrijtjes) of ongeveer 5 zinnen aan en herhaal deze werkwijze voor de volgende woorden of zinnen. Voor Lees eerst dat wat geoefend moet worden voor. Doe dat niet te vlug en niet te langzaam. Leest uw kind nog veel spellend, lees de woorden dan zoemend voor. Laat het kind de woorden of het stukje tekst aanwijzen met een kaartje, terwijl jij voorleest. Dan is het kind er actief bij betrokken. Heeft uw kind moeite met de leesrichting van een woord, zet dan een pijl naar rechts op het kaartje. Koor Lees vervolgens samen hardop. Richt je met het tempo naar je kind, maar ga niet té langzaam. Door het zoemend lezen ‘duw’ je het kind om ook ononderbroken te lezen. Merk je dat het nog erg moeizaam gaat, lees dan nog een paar keer samen hardop dezelfde woorden of zinnen, totdat je merkt dat het beter gaat. Zelf Laat je kind nu zelf de woorden of zinnen hardop lezen. Prijs het als het goed gaat. Laat je kind niet te lang zelf proberen als het er niet uit komt. Vermijd uitdrukkingen als: ‘Dat staat er niet, kijk eens goed!’ Beter is het om rustig het woord waarover je kind struikelt, vóór te lezen en het meteen daarna zelf te laten lezen (‘Er staat …….., nu jij). Wacht een kind lang voordat het een woord leest, help dan door het begin van het woord van links naar rechts aan te wijzen en tegelijkertijd zoemend voor te lezen. Houd deze start aan totdat uw kind het overneemt en de rest van het woord erachteraan zoemt. Complimenteer het kind als het zelf een foutje verbetert. Blijft het erg moeizaam gaan, lees dan eerst nog een keer alle woorden of zinnen samen hardop, voordat je kind weer zelf gaat lezen. Sluit af met de vraag welke woorden of zinnen je kind uitkiest om nog eens te lezen. Grote kans dat die goed gelezen worden. Je eindigt dan met een positief gevoel.

Voorlezen Een fijne afsluiting van de hele oefensessie is een stukje voorlezen. Laat je kind een voorleesboek uitkiezen en spreek een vast aantal bladzijden af om per keer voor te lezen. Het voorleesboek mag uiteraard een hoog lees niveau hebben en kan variëren van een prentenboek, informatief boek tot een voorleesboek zoals meester Kikker, Dolfje Weerwolfje of Jubelientje. Vergeet niet om over het verhaal te praten met je kind. Niet om te controleren of het wel geluisterd heeft, maar om stil te staan bij wat in het hoofd van je kind is opgekomen naar aanleiding van het verhaal. Stel daarbij vragen als: • ‘Zou jij zoiets mee willen maken?’ • ‘Wie vind je het leukst/liefst/onaardigst in het verhaal?’ • ‘Wie zou een vriend/vriendin van jou kunnen zijn?’ Dergelijke vragen doen een beroep op de leesbeleving en zullen je kind wellicht stimuleren om zelf verhalen te willen lezen. En meer lezen leidt tot beter lezen. Het mes snijdt aan twee kanten, je beleeft er plezier aan en je leesvaardigheid groeit!

REKENEN

Blok 1 gaan we komende week afronden. De kinderen krijgen dan hun 1ste rekentoets … spannend hoor! In dit blok zijn we vooral bezig geweest met synchroon en structurerend tellen en hoeveelheden te vergelijken.

SCHRIJVEN

Ondertussen kunnen we de cijfers 0 t/m 7 al fijn schrijven! En ook de schrijfletters i, m, s, p en aa lukken al aardig …

TOPONDERNEMERS, ENGELS, MUZIEK en ANDERE VAKKEN

We werken aan het thema ‘met z’n allen’ en bij Engels leren we woorden rondom ‘family’! We maakten tijdens muziek kennis met ‘oude opa prikkeldraad’. De les verkeer ging over ‘veilig oversteken’ en we knutselden een aapje.

Groetjes

Terug naar overzicht
Meerdere groepen

Inplannen startgesprekken

Alle ouders van St Joan en De Stapsteen hebben vannacht een ...

Groep 3

De komende weken

Beste ouders, Komende week beginnen we aan kern 2 van ...

Meerdere groepen

Speldag

Vandaag vierde basisschool St. Joan dat het gebouw maar ...

Meerdere groepen

50 jaar St Joan

Vandaag hebben we genoten van het mooie weer, de gewonnen ...

Meerdere groepen

Leuke voorstellingen omtrent ...

Het is weer bijna Kinderboekenweek!   Dat ...

Groep 3

Wij flitsen

Luister maar eens hoe goed wij de letters al kunnen flitsen!

Groep 3

Kijk maar mee

We dicteren elkaar woordjes en leggen deze op de letterdoos!

Groep 3

We gaan van start

Hallo lieve mama's en papa's, Een beetje ...

Meerdere groepen

Start jubileumjaar 2018-2019!

De vakantie zit erop! Vanaochtend hebben we alle kinderen ...